De 4 verhalen van 11 mei 2009

Nr 1 Mevrouw Meegdes-Blankert

Geachte heer Van Broekhuijsen,

Zoals beloofd zou ik een briefje aan U schrijven over het een en ander, van wat ik me nu nog weet te herinneren uit de oorlog 40-45.
Ik verloor mijn moeder in ’41 aan TBC. Haar vriendin, de oude Truus van der Molen, had het in orde gemaakt dat zij naar de Krim in Rusland zou gaan, maar door de oorlogsomstandigheden kon dat niet meer doorgaan. Dus helaas stierf zij in ’41.
Ik was toen 13 jaar en enigs kind, en vaders zat ook in het ondergrondse werk, dus nam moeder Truus mij in de Olycanstraat (Haarlem West) in huis. Daar leerde ik Truus en Freddy kennen.

Nanny noemde we haar toen nog. Ik ben er nu pas achter waarom zij haar overal Freddy noemen.    Ik heb dat haar kort geleden gevraagd! Door dat illegale werk wat zij deden met veel mannen, vond zij dit een kinderachtige naam. Zij heette namelijk Freddie Nanda, en daarom werd het Fred. Ik ben daar ongeveer 1 jaar in huis geweest, maar moest toen weg. Het werd daar te gevaarlijk, omdat ze geregeld razzia’s uitvoerden van de W.A. Dit had ik thuis ook al meegemaakt, dan zochten zij mijn vader.

Er werd gebeld ’s nachts, ik slaperig open gedaan, werd achter de deur geslagen en rende dan de trap op, dan werd er gevoeld of het bed warm was, zo niet, moest ik zeggen waar mijn vader was, kreeg ik klappen, maar ik wist het niet, zodoende kwam ik bij v/d Molen thuis, maar dat werd ook steeds erger. Ik zwierf van her naar der, maar ik heb alles overleefd gelukkig.
Stond s’ morgens in de rij op de Zijweg bij Tubergen  voor eetbare tulpenbollen om dan met wat havermout er door koekjes te maken, dan had je weer iets te eten.
Ben jong getrouwd in dit zwerversbestaan, 17 jaar, heb drie zonen, en na vele jaren heb ik Truus en Nannie weer terug gevonden. Truus in Grotebroek en Nannie in Santpoort, leuk he? En nu zijn we oudjes geworden. Ik hoop dat u hier wijs uit kunt worden. Ergens blijf je altijd strijdbaar, dat zit nog in je,
Nu hoop ik u te ontmoeten op de 11de mei,

Vriendelijke groeten

Gonnie Meegdes-Blankert

 Nr 2 de heer Van Broekhuijsen

Velser affaire

Mijn ouders waren in de 2e Wereldoorlog beiden betrokken bij het verzet in de gemeente Velsen. Mijn vader was samen met zijn tweelingbroer gemobiliseerd. Zij hebben beiden, tot de Nederlandse capitulatie, op de Grebbenberg gevochten. Na hun ontwapening kozen zij voor het verzet. Mijn vader had o.a. de Duitse bunkers van de Festung IJmuiden in kaart gebracht en mijn moeder was koerierster. De tweelingbroer van mijn vader vervalste papieren en onderhield via een geheime zender contact met Engeland. Alle drie zijn -na verraad- in het voorjaar van 1945 vanuit hun woning opgepakt en gevangen gezet in het politiebureau aan de Weteringschans in Amsterdam. Toen mijn moeder werd opgepakt dacht de Duitse geheime dienst Hannie Schaft, het meisje met het rode haar, in de kraag te hebben gevat. Deze vergissing werd rechtgezet toen enkele weken later Hannie zelf werd gearresteerd. Mijn oom overleefde de oorlog niet en werd op 14 april 1945 in Amsterdam gefusilleerd. De familie kreeg bericht dat mijn vader was doodgeschoten, zodat de verloofdes aan de poort van de Weteringschans, de schrik van hun leven kregen toen bleek dat voor de verkeerde inmiddels een requiem-mis was opgedragen. Direct na de oorlog werd mijn moeder secretaresse van een marine-officier, die de gebeurtenissen tijdens de oorlog in Velsen moest onderzoeken. De verzamelde stukken verdwenen uit hun kantoor aan de Kanaalstraat en de jonge marine-officier werd overgeplaatst. Mijn vader werd  motor-ordonance in Amerikaanse dienst en kon daardoor direct na de oorlog in de buurt van hun woning gewapend met een stengun, invallen doen om de uit hun verlaten woning geplunderde spullen terug te halen.

Mijn vader antwoordde op mijn vraag: “Wat is de Velser Affaire?” steevast met de opmerking dat in de oorlog o.a in Velsen dingen zijn gebeurd die in normale situaties ondenkbaar zijn. Mensen doen dingen die ze anders nooit zouden doen. De waarheid zal bij de Velser affaire nooit boven water komen, omdat er teveel hooggeplaatste Nederlanders bij betrokken zijn. Elk onderzoek dat tot nog toe is ingesteld is tegengewerkt. Ook nieuwe onderzoeken zullen de wat echt is gebeurd en mis gegaan niet onthullen.
Mijn moeder overleed op 42-jarige leeftijd aan een aangeboren hartafwijking, mijn vader met twee zoons achterlatend. Op 67-jarige leeftijd overleed mijn vader. Tot zijn dood heeft hij moeite gehad met het ‘gezag’ van de Velsense politie. Met ons, zijn zoons, heeft hij slechts mondjesmaat over de oorlog willen praten. Dit is iets, naar wat ik heb begrepen, nagenoeg algemeen voorkomt bij mensen met traumatische oorlogservaringen. Ze zwijgen t.o. hun kinderen. Waarschijnlijk om hen niet met hun verdriet en trauma’s te willen belasten. Pas na zijn dood ben ik mij gaan realiseren dat mijn vader zijn leven lang heeft geworsteld met zijn teleurstellende ervaringen tijdens en vooral ook direct na de oorlog. Voor mij staat vast, dat hij de dood van zijn tweelingbroer, die dus door een stomme naamsverwisseling in zijn plaats door de Duitsers (of niet?) zo vlak voor de bevrijding, is vermoord, nooit goed heeft kunnen verwerken. Het verzetsherdenkingskruis dat hem en zijn tweelingbroer in 1980 werd uitgereikt had hij eigenlijk liever geweigerd. Zeker na het wegvallen van zijn vrouw, worstelde hij in eenzaamheid met ‘zijn onrecht’, want zo voelde hij de terugkeer van collaborerende of twijfelachtig handelende gezagsdragers in hun oude functie en de miskenning van hun rol in het Velsense verzet. “Waarom hebben we eigenlijk in ’40-’45 de kooltjes uit het vuur gehaald?”, verzuchtte hij toch wel regelmatig. Mijn vader zocht geen hulp, maar voor mij is hetgeen hij heeft meegemaakt een leidend element in wat later de Velser affaire is gaan heten. Waarom affaire? Omdat nog geen onderzoeker de twijfel over verdoezeling van de feiten bij de uitslag heeft kunnen wegnemen 

Lezing nr 3  mevrouw Divendal-Klok

VANWAAR MIJN INTERESSE MET DE VELSER AFFAIRE.

Er wordt wel eens gezegd dat de Tweede Wereldoorlog nooit is opgehouden. Wat mijzelf betreft is dat ook zo.

Sommige naweeën van de oorlog bleven lang een voortdurend onderwerp van gesprek in onze familie. Een zuster van mijn moeder leefde bij het uitbreken van de oorlog samen met Jan Janzen, leidinggevend bestuurder van de CPN in Amsterdam. In de eerste periode van de bezetting maakte hij deel uit van de illegale leiding van de CPN in Amsterdam. Hij is, ik meen, na de Februaristaking in 1941 gearresteerd en niet lang daarna terechtgesteld door de Duitsers. Mijn tante en hij hadden twee kinderen. De jongste was nog een baby toen ook zij werd gearresteerd en met de baby in dezelfde gevangenis in Scheveningen terecht kwam. Door wat haar is overkomen in de gevangenis, o.a. werd ze geconfronteerd met de martelingen waar hij aan onderworpen was, is ze dermate van de kook geraakt dat het nodig was haar op te sluiten in een psychiatrische inrichting. Daar is zij tot 1947 opgenomen geweest. Mijn tante heeft feitelijk nooit de beschikking over haar twee kinderen gehad, hoewel het moederrecht haar niet was ontnomen. De kinderen zijn in de familie van Jan Janzen opgegroeid. Toen diens vader kwam te overlijden wilde de vrouw die tot dat moment met hem getrouwd was zosnel mogelijk van de kinderen af. De oudste, een jongen was toen ongeveer 16 of 17 jaar, kwam in een inrichting voor jeugdige delinquenten terecht. Het meisje in een kindertehuis.

In mijn familie was dit een regelmatig gesprekspunt. Het was in de periode van de koude oorlog. Er werd vanuit gegaan dat alle instanties die zich bezig hielden met de voogdij over de twee er alles voor deden om ze uit de invloed van mijn familie weg te houden. De familie was te communistisch.

Behalve Jan Janzen is er nog een oom van mij aan mijn vaderskant terechtgesteld als gijzelaar. En tenslotte heeft ook mijn vader, Jan Klok, de oorlog niet overleefd. Hij werd opgepakt tijdens de razzia die de Nazi’s uitvoerden op zo’n 400 communistische functionarissen op de dag, 29 juni 1941, dat de Duitse legers de Sovjet Unie binnen vielen.

Mijn vader was voor de oorlog al bestuurder van de CPN in de afdeling Jordaan in Amsterdam. Niet lang voordat de oorlog uitbrak bleekt er iemand lid te zijn die een crimineel was. Hij werd op voordracht van het afdelingsbestuur geroyeerd. De man heeft bij de komst van de Duitsers wraak genomen. Hij heeft heel veel CPN-leden uit de Jordaan bij de Duitsers aangegeven. Met name tijdens en na de Februaristaking. Mijn vader was ook betrokken bij de organisatie van de staking. Vlak ervoor zijn mijn ouders verhuisd naar Tuindorp Oostzaan in Amsterdam noord.

Lang heb ik gedacht dat mijn vader slachtoffer was geworden van het verraad door deze man. Later ben ik ook nog andere dingen te weten gekomen. Onder andere via de website van het Instituut Nederlandse Geschiedenis. Er werden voor de oorlog al lijsten aangelegd van linkse zgn. extremisten. Mijn vader werd ook daartoe gerekend vanwege zijn activiteiten voor de CPN. Die namen zijn allemaal in handen van de Duitsers terecht gekomen.

Mijn herinneringen aan de oorlog bestaan uit flarden. B.v. woonde wij in Tuindorp Oostzaan vlakbij een politiebureau. Ik zat op de kleuterschool. We gingen met meerdere kinderen tegelijk naar school en moesten langs dat bureau. Daar hing een affiche voor het raam dat riep op te gaan schuilen bij luchtalarm. Wij, kinderen, waren ervan overtuigd dat erop je geschoten zou worden als je rechtop erlangs zou lopen. We gingen dan ook altijd op onze buik langs de heg het bureau voorbij.

Het moment waarop mijn vader werd gearresteerd door twee Nederlandse rechercheurs staat me nog glashelder voor ogen. Ik was drie jaar oud. Een jaar later ontving mijn moeder op haar verjaardag het bericht dat hij als gevolg van uitputting op 14 augustus 1942 in Dachau was overleden. Dit was het eindpunt na Schoorl, Amersfoort en Neuengamme. Hij werd drie en dertig jaar. Mijn moeder, 28 jaar, bleef achter met twee kinderen.

Door al die gebeurtenissen heeft de oorlog me altijd erg geïnteresseerd. Het gevecht van mijn familie met Humanitas over de voogdij over de twee kinderen van mijn tante is heel lang gespreksstof geweest. Maar met name dat wat mijn vader is overkomen is belangrijk geweest. Het beïnvloedt je leven. Je wilt weten wat er gebeurd is en waarom het gebeurd is. Ik heb vrij veel gelezen over de oorlog.

Het heeft ook invloed gehad op bepaalde keuzen die je maakt. Ik ben vanaf mijn achttiende tot aan de opheffing 1 januari 1992 actief lid geweest van de CPN en was er de laatste paar jaar ook voorzitter van. Daarnaast ben ik zo’n veertien jaar betrokken geweest bij het organiseren van de herdenking van de Februaristaking. Sinds ongeveer zeventien jaar ben ik bestuurder van het Centraal Orgaan Voormalig Verzet en Slachtoffers, het COVVS. Dit is een koepelorganisatie waarbij veertien organisaties van het voormalig verzet en kampslachtoffers bij zijn aangesloten. Op dit moment ben ik daar secretaris-pennigmeester van.

De Velser Affaire intrigeert me omdat er overeenkomsten lijken te zijn met wat er met mijn vader is gebeurd en hoe er tientallen jarenlang met communisten is omgesprongen.

Truus Divendal-Klok

nr 4 de heer Kilian
Brief aan Opa 
Lieve opa Piet,

Vijfenzestig jaar na jouw dood schrijf ik mijn eerste brief aan jou.

Ik weet niet meer wanneer ik voor het eerst begreep wat er met je is gebeurd. Ik had een opa, oma Mientje was na de oorlog hertrouwd, maar jou is ze nooit vergeten.

Herinneringen kunnen zo vaag zijn – zelfs dingen die je ooit zelf bedacht hebt, gaan erbij horen … Maar ik heb een beeld van wat er is gebeurd, en ik denk te begrijpen waarom. Zeker wil ik voorkomen, dat zoiets ooit nog weer gebeurt.

Op 16 februari 1945 wordt jullie huis aan de Besoekistraat 21 in Haarlem overvallen. Zestig man politie heeft de straat afgezet. Volgens de officiële documenten was het om vijf uur ’s ochtends, de Feldgendarmerie, met Nederlandse agenten uit Velsen en Haarlem; en waren er wapens in huis, toen je in de gang of de woonkamer werd opgepakt, met de broers Jacob en Pieter van der Haas en Jacob en Dirk van der Heyden.

Dat kan best, maar volgens oma was het anders. Het was ’s avonds. De enige overlevende heeft dat bevestigd: hij kon er niet bij zijn vanwege de Sperrzeit. Het waren agenten van de S.D. of Grüne Polizei. Jullie zaten in het slaapkamertje boven, aan de achterkant van het huis.

Het was te laat om te vluchten, ze stormden de trap op, je kon niet meer weg.

Je werd meegenomen naar het Huis van Bewaring, moeder Mientje met twee jonge kinderen wanhopig achterblijvend.

Ik heb zo vaak geslapen op precies dat slaapkamertje, geslapen in dat huis.

Later werd je afgevoerd naar de beruchte Weteringschans-gevangenis van de S.D. in Amsterdam. Drie weken later werd je met de gebroeders Van der Haas en twaalf anderen gefusilleerd, voor een andere aanslag – zo werkten de nazi’s toen.

Hun strategie was veranderd, van het begin van de oorlog. De nazi’s hoopten niet meer om het vol te houden. Ze rekenden niet meer op medewerking, maar namen alleen nog maar wraak.

Wat een diepe wonden heeft deze misdaad geslagen. Op 7 maart hoorde Mientje dat ze je kon komen opzoeken op de Weteringschans, op 14 maart. Dat was de eerste verjaardag van baby Truusje – het tweede kind van Mientje en jou, en later mijn moeder. Op 14 maart hoorde Mientje dat je op de 7e was geëxecuteerd op de Dreef in Haarlem. Wat een verjaarskado!

Jarenlang ging Mientje met Truus naar jouw graf, daar rouwen om je dood. Op de schoorsteen-mantel stond jouw foto, elke dag verse bloemen – viooltjes, als het even kon.

Ook toen ze hertrouwd was, veranderde dat niet. Ze gaf om Ed, haar nieuwe man, maar jij liet haar niet los. De rest van haar leven is ze depressief geweest, met haar handwerkjes in haar stoel.

Volgens mij rouwde ze niet alleen. Mientje was geen verzetsstrijder, zoals jij. Mientje wilde gewoon gelukkig zijn. En volgens mij was ze ook boos op jou, dat jij dat geluk had gesaboteerd. JIJ had haar in de steek gelaten, JIJ had haar protest genegeerd – “Stop er toch mee, Peter, hou er toch mee op, is dit het wel waard? Het is te gevaarlijk Peter. Straks gebeurt er nog wat!” Ze was niet alleen verdrietig, maar boos, heel boos …

 

De groep-Van der Haas is altijd een ‘communistische verzetsgroep’ genoemd. Ik had van jou wel willen horen hoe dat nou precies zat. Je was een arbeider, en jullie hadden het niet breed. Ik heb nog blaadjes uit jullie huishoudboekje, met een begroting voor een week.

Maar zat er ook maar één echt CPN-lid bij? Ik weet wel, dat jij geen communist was, of jezelf niet zo zag. Je vader was sociaal-democraat, en al voor de oorlog was er sprake van sterke polarisatie tussen die stroming en de communisten.

Jullie ontwikkelden ook, misschien pas in de oorlog, enkele opvattingen die ik als fundamenteel zie voor elke socialist. Over solidariteit bijvoorbeeld. En ergens bestaat ook een notitie van jou over de uitbuiting van dienstbodes, waar je je erg boos over maakte.

Ik zou me niet schamen voor een opa die communist was, integendeel. Maar dat je dat mogelijk niet was, maakt me zeker niet minder trots.

Ik heb het sterke vermoeden dat jullie door officiële instanties communistisch werden genoemd, om zo min mogelijk lastige vragen en protest op te roepen tegen jullie schandalige lot. Maar jullie echte geschiedenis klopt ook hier niet, met wat overal op papier staat.

Jullie werden gearresteerd na een overval op een boer, Van Zon. Van Zon had Joodse onderduikers, wat later ook gebruikt is om jullie “besmet” te verklaren. Zijn dood zie ik als een tragisch ongeval. Maar deze actie, die de enige is in jullie officiële geschiedschrijving, volgde op een aantal andere. Jij werd in de oorlog sectiecommandant van de RVV in vak Noord 1. Jij hebt met mensen van jouw sectie o.a.:

– In maart ’43 een dekschuit in het Noorder Buiten Spaarne laten kapseizen. (Aan boord bevonden zich 6 bij Holland Nautic gerepareerde vliegtuigmotoren en 24 kisten nieuwe automotor-onderdelen.)

– In de nacht  van 24 op 25 december in hotel Den Hout ingebroken (de Haarlemse Ortskommandantur). Buit: blanco Ausweise, 3 speciale groene potloden, waarmee de Ortskommandant zijn handtekening zette, en 3 lijsten met 110 namen van SD agenten in Haarlem, Heemstede en Amsterdam.

– In de nacht van 8 op 9 januari ’44 een radiostation vernield ten zuiden van Velsen, bij Beeckestijn.

– In juni ’44 een Duitse zendinstallatie vernietigd  bij Spaarndam (Fort Noord).

Hoeveel mensen hebben jullie hiermee het leven gered?

Jullie werden al langer gezocht. Maar niet alleen door de nazi’s. Dat is het schandaal van Velsen. Ook Nederlandse instanties wilden van jullie af, en de chaos en rechteloosheid van de oorlog was daar een mooi decor voor. Het waren Nederlandse rechercheurs, gezagsgetrouwen, die jullie namen en adressen hebben doorgespeeld naar de nazi-bezetters.

De erkenning na de oorlog, met het monument op de Dreef, het weduwen- en wezenpensioen, toegekend aan Mientje en de kinderen, het insigne van de BS, was tegelijk een ontkenning. De officiële geschiedenis van de oorlog werd een strijd tussen zwart en wit, met wat grijs ertussen. Wij tegen zij, de koene geallieerden, onverveerd strijdend tegen de Slechte Duitsers en voor de vrijheid … Een valse tweedeling, die verhulde wie er echt beter zijn geworden van de oorlog, en echt beter van de bevrijding.

Ook in de CPN-lezing over de oorlog lijkt er geen plek te zijn geweest voor de groep-Van der Haas. Dat is wel verklaarbaar. Er was wrijving geweest met de leiding van de RVV. Want jullie moesten wel voedsel regelen voor onderduikers, maar je eigen gezinnen kwamen tekort. Dus je ging op eigen houtje op rooftocht, wat leidde tot het incident-Van Zon. De nieuwe leiding van de CPN, de blik gericht op parlementair werk en respectabiliteit na ’45, had vele verzetshelden die geschikter waren voor massaconsumptie, minder omstreden. Het kwam dus eigenlijk velen met uitzicht op een functie na de oorlog, wel goed uit om de groep-van der Haas  als “losgeslagen” af te doen.

Jullie werden ook postuum vogelvrij. Toen een journalist in een krantenartikel schreef dat jij bij moord betrokken was, werd Truus plotseling de dochter van een moordenaar!

Ik vind dat een grote schande. Ik vind dit alles het besmeuren van jullie naam, en het verloochenen van wat er echt is gebeurd. Want niemand mag jullie anders noemen – dan partizanen.

Behalve in zeer beperkte kring, waar wel werd gestreden voor openheid, negeerden mensen de Velser Affaire maar … wat moesten ze er mee? Vrijwel niemand kon het plaatsen.

Vervolgens – het onbegrip, van omgeving en nabestaanden zelf, werd schaamte. Dit heb ik vaker gezien, opa, en het verbaasde me de eerste keer, maar die schaamte is –denk ik – domweg het gevolg als een door noodlot getroffen mens zijn pijn niet kan delen. Want dan ontstaat er geen helingsproces, geen verwerking … en denk je dat het aan JOU ligt. In de jaren van de wederopbouw was er geen aandacht voor dit soort problematiek, “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, zodat het begin van de verwerking van het trauma moest wachten tot ver in de jaren ’70 – of later – en het naar latere generaties kon worden overgedragen.

Nu weet ik ook waarom ik nooit wat vroeg. Ik zag al heel jong het gapende gat dat de moord op jou had veroorzaakt, en de pijnvolle stilte, de schaamte eromheen.

Voor al dit leed hebben we nooit genoegdoening gekregen. Voor jouw dood niet, voor ons gemis niet, voor onze trauma’s niet. Wij niet, de erfgenamen van de groep-Van der Haas, maar ook niet de nabestaanden van de meer dan tweeduizend communisten en socialisten die in de oorlog zijn vermoord. Voor jullie dood heeft nooit iemand een dag gezeten. Voor jullie dood is nooit betaald, zelfs niet symbolisch. De nazi’s waren weg. Van de Nederlandse collaborateurs zijn wat kleine en middelgrote opgepakt. Pro forma, denk ik dan. Maar de hele Velser politie bijvoorbeeld, bleef buiten schot – en hun toenmalige superieuren ook. Een officiële regeringscommissie verklaarde in 1979 dat er overweldigend bewijs was voor het schandalige gedrag van bepaalde figuren, maar dat vervolging strijdig zou zijn met gevestigde belangen. Vergeef me als ik cynisch klink, opa, maar als ik dat vertaal dan lees ik dat we nog steeds door diezelfde criminelen werden geregeerd.

Toch ben niet uit op wraak. Niet meer, tenminste. Ik ben niet uit op een schadevergoeding, een fooi die structureel onrecht maskeert. Ik wil gerechtigheid.

Op den duur betekent dat een rechtvaardige maatschappij, de strijd die jullie voerden, en die wij vandaag de dag nog steeds voeren.

Voor hier en nu betekent het een eind aan de leugens over de oorlog. Het gaat mij niet om mij, het gaat niet om jou, het gaat zelfs niet alleen om de nabestaanden – het gaat om het volk, dat er recht op heeft om de waarheid te kennen, recht heeft om te weten hoe zijn partizanen zijn vermoord. En daarom moet in de Velser Affaire nu de onderste steen boven komen.

Alleen dan zal jullie dood niet voor niets zijn geweest.

Met strijdbare groet,

Je kleinzoon Mark

 

(1434 x bekeken)

Geplaatst in Nieuws
1 Reactie op “De 4 verhalen van 11 mei 2009
  1. Frederik Jacobes (Frits) van der Heijden schreef:

    Ik heb altijd al de berichten in het Haarlems Dagblad gelezen over de Velseraffaire.In de oorlog kwamen mijn broers wel eens een avond thuis met nog andere mannen en dan werd ik naar mijn bed gestuurd.Er werd dan het een en ander besproken en dan verlieten ze het ouderlijk huis weer.Van de affaire weet ik niet veel, want daar werd thuis niet over gesproken.Wat ik er van weet is dat ik met mijn zus op de Amsterdamse vaart aan het rolschaatsen was.Ik was toen 8 jaar. Dat kon omdat er maar een enkele auto reed. Maar dan kwamen er 2 blauwe autbusjes aan en daar keek je naar.En bij het achterraam van het busje zag mijn zus een man zwaaien en ze zei: dat is Dirk.We renden allebij naar huis en vertelden het mijn vader.Die ging bij het achter raam staan en staarde naar buite zonder iets te zeggen en hield mijn hand vast.Hij wist waarschijnlijk al wat er aan de hand was.Mijn moeder wilde nog naar Amsterdam gaan om te proberen ze vrij te krijgen, maar dat mocht ze niet.Na de oorlog heb ik nog jaren gekeken, als ik op straat liep, of ik mijn broers zag.Wat ik er verder van weet is dat ze met een voedselactie voor kinderen bezig waren en dat ook de gebroeders van Sloten hierbij betrokken waren.Het blijft me toch noch altijd bezig houden.
    Ik heb de info over de Velseraffaire van mijn zoon Dirk gekregen die in Haarlem woont, want ikzelf verblijf al 10 jaar op het canarise eiland La Palma voor mijn spierziekte.
    Groetjes: Frits van der Heijden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*