Voorgaande onderzoeken

EIGEN onderzoek moet Velser Affaire in haar totaliteit centraal stellen.

Alle onderzoeken sinds 1945 hadden hun eigen beperkingen. Sinds de herfst van 1945 hebben vele instanties zich met onderzoek naar de Velser Affaire beziggehouden. Geen van deze onderzoeken heeft de affaire in haar totaliteit centraal gesteld.
De onderzoeken op een rijtje:

  • Zomer 1945. Naval Security Officer P. Philipse onder leiding van reserve -majoor van het Militaire gezag H.C.Hanegraaff onderzoekt corruptieve en zelfs strafbare handelingen in en na de bezettingstijd. Zonder eindrapport worden ze van het onderzoek afgehaald en hun rapporten moeten zij begin 1946 inleveren bij het Ministerie van defensie.
  • Najaar 1945 al worden fotokopieën aan het kabinet van de Minister – President aangeboden met het verzoek om voortzetting van het onderzoek door Philipse. Stukken zijn doorgespeeld aan de hoofdredacteur Rodiques Lopez van De Ochtendpost. Hij biedt die stukken ook de rechtbank aan.
  • Procureur-generaal bij het Gerechtshof Amsterdam Van Thiel geeft rijksrechercheur L.G. Achterberg in juni 1946 opdracht onderzoek te doen. Dat onderzoek werd in het voorjaar van 1947 door de Minister van Justitie afgebroken. Commissie Versteeg (Procureur-generaal bij het Gerechtshof Den Haag) krijgt opdracht een rapport te maken en advies uit te brengen.
  • Terwijl commissie Versteeg nog aan het werk is draagt Van Thiel in de herfst van 1948 opnieuw – en buiten de commissie Versteeg om – een onderzoek op aan de Haarlemse rechercheurs G. van Sintmaartensdijk en Chr. Treffers, onder leiding van de commissaris van politie W.J. Gorter. Door toedoen van de commissie Versteeg wordt het werk van de Haarlemse rechercheurs in 1949 zonder eindrapport beëindigd. Volgens Versteeg is Van Sintmaartensdijk verontwaardigd en speelt hij gegevens door aan een journalist. In 1949 komt dat aan het licht en wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf. Hij krijgt in 1952 gratie en emigreert naar Nieuw Zeeland. De gratie en emigratie doen bij velen vragen oproepen. Het eindrapport van de commissie Versteeg ontvangt de Minister van Justitie in 1950. In 1978 wordt het gedeeltelijk openbaar gemaakt.
  • Procureur – Generaal te Amsterdam, Van Dullemen, laat in mei 1951 onderzoek doen naar de gehele Velser Affaire door de officier van Justitie te Haarlem, mr. R.F.H.M Grasso. Er wordt na een gerechtelijk vooronderzoek besloten tot verdere vervolging van zes politiemensen uit Velsen. Tot veroordeling is het nooit gekomen. Om procedurele redenen. De militaire rechter zou bevoegd zijn en niet de burgerlijke rechter, omdat de ten laste gelegde feiten gepleegd zijn als lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. Na indiening van een bezwaarschrift tegen de dagvaarding wordt een voormalige hoofdinspecteur buiten vervolging gesteld. De militaire rechtbank seponeert de zaak.
  • Er zijn ook onderzoekingen gedaan in het kader van de bijzondere rechtspleging.Ook de parlementaire enquêtecommissie naar het Nederlandse regeringsbeleid tijdens de bezetting van Nederland onderzocht de zaken.
  • In de zaak – Menten, een Blaricumse kunstverzamelaar die tijdens de Tweede Wereldoorlog had gecollaboreerd maar na de oorlog aan berechting was ontkomen, werd een link gelegd naar de Velser Affaire.

Nooit is onderzoek gedaan naar het vermoeden dat ook elders in Nederland communisten geslachtofferd zijn en dat daarbij de vooroorlogse inlichtingendienst, die grotendeels uit politiemensen bestond, een rol heeft gespeeld.
Alle bovengenoemde onderzoekingen hadden hun beperkingen door het gekozen onderzoeksperspectief en het gebruik van het historische bronnenmateriaal. Om beide redenen is een uitvoerig onderzoek, dat de affaire in haar totaliteit centraal stelt en niet – zoals bij eerdere onderzoekingen – als een zijpad beschouwt, wetenschappelijk van belang.

(586 x bekeken)

2 reacties op “Voorgaande onderzoeken
  1. Ik ben Robert Willem Gorter, de zoon van Willem Jacob Gorter die in de “Velzer affaire” het onderzoek in Haarlem / Velzen leidde. Ik weet hoe geknakt mijn vader was door het feit, dat hij en zijn twee rechercheurs werden terug gefloten en heel oficieel in Den Haag (maar zonder getuigen en alleen mondelijk) werden gesommeerd van verder onderzoek af te zien. Kortom: het werd in de doofpot gedaan. Ik kan nog wel het een en ander weer ophalen als daar nog interressen aan bestaat? Ook Prins Berhard was geen betrouwbare man. En zijn naam viel nog al eens ivm pedofilie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*