Vraaggesprek met Bas von Benda-Beckmann

Bas is nu een jaar intensief bezig met het onderzoek. Donateurs en belangstellenden vragen ons regelmatig hoe het met het onderzoek gaat. We vroegen Bas een eerste indruk te geven. We stelden hem daarom de volgende vragen:

  • V: Voor je promotieonderzoek analyseerde je de Duitse geschiedschrijving over de geallieerde bombardementen met de vraag of de geschiedenis van deze luchtoorlog een tegenpool bood van het idee dat de Duitsers de enige schuldigen waren in de WOII. Men verwacht van het onderzoek naar de Velser Affaire geen analyse van de geschiedschrijving maar duidelijkheid op de vraag welk landsbelang werd gediend met deze doofpot en welke of wiens belangen werden/worden daarmee gediend/afgeschermd. Kun je de verschillen aangeven in aanpak tussen beide onderzoeken?
  • A: Er is inderdaad een belangrijk verschil in aanpak. Bij mijn promotieonderzoek heb ik mij gericht op historiografisch onderzoek. Dat wil zeggen dat ik vooral naar wetenschappelijke publicaties heb gekeken en die heb geanalyseerd. Ik heb in mijn proefschrift laten zien hoe Duitse historici de geallieerde bombardementen steeds op een bepaalde manier, namelijk vanuit een slachtofferperspectief, hebben benaderd. Mijn belangrijkste bronnen daarvoor waren dus geschiedenisboeken en niet archiefstukken, ook al heb ik zeker ook in de archieven gezeten om de achtergronden van bepaalde historici verder uit te zoeken. Het huidige onderzoek naar de Velser Affaire is in de eerste plaats archiefonderzoek. Het doel ervan is een nieuwe blik te werpen op zaken als de verhouding tussen de Nederlandse regering in Londen en verzetsgroepen in Nederland met het communistische verzet, in het bijzonder in Velsen en Kennemerland. Het gaat daarbij dus in de eerste plaats om een analyse van nieuw materiaal en een nieuwe blik op bekende feiten. Vooral wil ik de gebeurtenissen in Velsen in een breder historisch kader plaatsen dan tot nu toe gebeurd is. Toch is er ook wel een zekere overlap. Mijn proefschrift gaat o.a. over de manier waarop geschiedschrijving in de Koude Oorlog sterk gepolitiseerd raakte. Iets dergelijks speelt bij de Velser Affaire ook. Ook bij de Velser Affaire wil ik daarom aandacht besteden aan de naoorlogse discussies en de wijze waarop het verzet in Velsen en Kennemerland is herinnerd en herdacht.

    bas_1453078h

    Bas von Benda-Beckmann

  • V: Zijn er al zaken die je speciaal zijn opgevallen?
  • A. Er zijn natuurlijk een hele boel vragen die je tijdens zo’n onderzoek bezig houden en opvallen. De verhoudingen tussen communisten en andere verzetsgroepen en tussen het verzet en Londen zijn complex. Dat geldt voor de voorvallen in Velsen maar ook elders. Stukken die je erover vindt roepen vaak nieuwe vragen op en dat maakt dit onderzoek ook zo spannend. Ook loop je tegen opmerkelijke verhalen aan. Wat ik een hele interessante zaak vind is nog hoe de Velser Affaire door de journalist Rodrigues Lopes in de Ochtendpost onder de aandacht wordt gebracht. Hij kwam voor het eerst met concrete aanklachten over de Velser Affaire en publiceert stukken uit gelekte dossiers. Over de achtergrond van deze journalist en de opvallende manier waarop hij aan deze stukken is gekomen heb ik hele gedetailleerde informatie gevonden die een goed beeld geven van de omstandigheden waaronder de Velser Affaire voor het eerst onder de publieke aandacht kwam.
  • V : Wanneer ga je naar Londen en Ottawa? Wat hoop en denk je daar te vinden? En hoe bereid je deze onderzoeken voor?
  • A. Ik ga in februari naar Londen en in mei naar Ottawa. In beide plaatsen ga ik op zoek naar stukken die inzicht geven in de houding van de regering in Londen en Nederlandse en Engelse inlichtingendiensten ten opzichte van het communistische verzet in Nederland. In Engeland zal ik me bijvoorbeeld verdiepen in de stukken van de diensten Special Operations Executive (SOE) en MI-5. In Canada kijk ik o.a. naar stukken die inzicht geven in het Canadese militaire bestuur kort na de oorlog. De voorbereiding verschilt. Voor het onderzoek in Engeland heb ik al vrij gedetailleerd de inventarisnummers kunnen uitzoeken die ik wil bekijken. Je kunt bij dit archief online al een hele boel voorwerk doen. In het nationale archief van Canada is dat moeilijker omdat de beschrijvingen minder gedetailleerd zijn. Daar kan ik op basis van de vrij algemene archiefomschrijvingen en van correspondentie met het archief uitzoeken welke archieven in aanmerking komen en ter plekke pas uitzoeken welke mappen mogelijk interessante stukken opleveren. Er ligt daar in ieder geval het een ander over Nederland tijdens en kort na de oorlog, en ik verwacht er in elk geval te kunnen uitzoeken hoe de Canadezen tegen deze kwestie aankeken en wat hun rol was in de eerste aanzet tot onderzoek naar de Velsense illegaliteit.
  • V : Verwacht je medio 2012 een echt afrondend beeld te kunnen geven?
  • A: Daar ga ik nog steeds van uit. Maar met een thema als dit ligt het altijd op de loer dat er bepaalde vragen open blijven staan, alleen al omdat het niet mogelijk is om alles wat je wilt weten in de beschikbare bronnen terug te vinden. Niet alles wordt opgeschreven en het komt ook voor dat documenten en archieven verdwenen zijn. We weten bijvoorbeeld dat de Nederlandse afdeling van de SD een groot deel van haar archief vernietigd heeft. Daarmee zijn stukken voorgoed verdwenen die een aantal zaken verder hadden kunnen ophelderen. Omdat de Velser Affaire aan een aantal hele brede vraagstukken raakt zou het ook kunnen dat ik na mijn eindrapport ook mogelijkheden zie voor eventueel vervolgonderzoek. Maar ik zal in 2012 in elk geval een afgewogen en gefundeerd beeld van mijn bevindingen over de Velser Affaire kunnen geven.
  • V: Zijn voor dit wetenschappelijk onderzoek alle archieven openbaar? Zijn er archieven waarvoor je geen toestemming krijgt?
  • A: Voor dit onderzoek komt een enorm aantal archieven in aanmerking, waarvoor ik in de meeste gevallen vrije toegang heb gekregen. Ik heb voor dit onderzoek bijv. inzage in de archieven van de CPN, maar ook in die van het oorlogskabinet en haar inlichtingendiensten, ook wanneer deze nog beperkt of niet openbaar zijn. In een aantal gevallen, vooral wanneer het strafdossiers betreft, ben ik wettelijk verplicht rekening te houden met de privacy van nog levende personen. Dat geldt bijvoorbeeld voor stukken van het Bureau Nationale Veiligheid (de voorloper van de BVD/AIVD) het archief van het Bijzondere Gerechtshof, en andere juridische instanties. Bovendien heb ik volledige toegang tot alle bewaard gebleven juridische dossiers over de Velser Affaire en verdere gegevens met betrekking tot de onderzoeken van onderzoekscommissies onder leiding van Versteegh en Schöffer. Voor buitenlandse archieven geldt ook dat ik in de meeste gevallen inzage krijg, bijvoorbeeld in de archieven van MI-5 en SOE. Daarnaast zijn er ook archieven waarbij de toegang moeilijker is. Ik heb bijv. bij de AIVD een aantal dossiers ter inzage gekregen en ook een tweede aanvraag gedaan die nu behandeld wordt. Dat levert tot nu toe interessant materiaal op, maar je weet nooit welke dingen je wel en niet te zien krijgt. In het geval van de Engelse dienst MI-6 (SIS) wordt het ook heel lastig om inzage te krijgen omdat dit archief in principe gesloten is. Wel is er onlangs een boek geschreven door een medewerker van die dienst die het archief tot 1949 heeft mogen gebruiken. Of dat voor mij mogelijkheden opent kan ik nu nog niet zeggen. ·
  • V: Ook in de pers is al veel geschreven over zaken die de Velser Affaire raken. Roepen deze publicaties bij nader onderzoek nieuwe vragen op?
  • A: Journalistieke stukken over de Velser Affaire en zaken die daar aan raken kunnen soms aanleiding vormen om bepaalde dingen nog verder uit te zoeken. Toch wil ik in dit boek verder doorgraven en een duidelijkere historische context geven dan de journalistieke publicaties over de Velser Affaire totnogtoe hebben gedaan. In principe staat bij dit onderzoek de overkoepelende vraag centraal naar de spanningsverhouding tussen het communistische verzet enerzijds en de regering in Londen en niet-communistische delen van het verzet in Nederland anderzijds. Daarvoor richt ik me primair op de bronnen. Stukken in de pers kunnen soms wel bepaalde vragen oproepen en mede de richting bepalen van mijn zoektocht in het archief.
  • V: Lou de Jong negeert in zijn werk de Velser Affaire en het bestaan van het communistisch verzet in het begin van de oorlog. Bekend is dat in Haarlem, Velsen en de Zaanstreek het verzet toen al erg actief was. Het bagatelliseren van dit verzet – wellicht onder invloed van de Koude Oorlog – heeft bij vele SOVA donateurs een gevoel van miskenning opgeroepen. Verwacht je op basis van de reeds geraadpleegde archieven daar meer duidelijkheid over te kunnen gaan geven?
  • A: Ik zal in dit onderzoek veel aandacht besteden aan het communistische verzet in Kennemerland en ook op nationaal niveau. Dit is ook een van de zwaartepunten in mijn archiefonderzoek tot nu toe. Een van mijn belangrijkste doelen is namelijk dat ik meer duidelijkheid wil geven over de onderlinge relatie en spanningen tussen verschillende verzetsgroepen als de LO/LKP, de Raad van Verzet, de Ordedienst en de illegale CPN/De Waarheid-groepen. Daarbij richt ik me in het bijzonder op het gebied rond Velsen en Kennemerland, maar ik probeer dit ook op landelijk niveau te onderzoeken. Deze problematiek is iets waar in de geschiedschrijving inderdaad opvallend weinig aandacht aan is besteed. Ook de vraag naar de betekenis van anticommunistische sentimenten bij delen van het verzet is nog nauwelijks onderzocht. Mijn archiefonderzoek heeft hierover nu al een hele hoop kunnen verhelderen en ik verwacht daarmee ook in brede zin een bijdrage te kunnen geven aan het onderzoek naar het communistische verzet in Nederland.
  • V: Velen hebben hun persoonlijke archieven en hun eigen herinneringen ter beschikking gesteld aan SOVA. Hoe bruikbaar zijn deze voor je onderzoek gebleken?
  • A: Er zitten een aantal zeer interessante dingen tussen die de dossiers uit het Nationaal Archief aanvullen en hier en daar nieuwe vragen oproepen. Er zit ook heel veel materiaal tussen dat ook al in overheidsarchieven ligt. Het is voor mij steeds een heel nauwkeurig zoeken naar verschillen en aanvullingen. Daarnaast is het natuurlijk alleen al interessant dat er zo veel dossiers die afkomstig zijn uit overheidsorganen in privébezit terecht zijn gekomen.
  • V: Op welke vragen zou je zelf nog een antwoord willen hebben?
  • A: Ik word bij dit onderzoek voortdurend gedreven door nieuwsgierigheid naar allerlei zaken waarover ik graag meer duidelijkheid zou hebben. Ik zou bijvoorbeeld graag nog meer willen weten over de gesprekken die aan het einde van de oorlog hebben plaatsgevonden tussen de leiding van de BS en de Duitse bezettingsmacht. Wat ik daarover in het archief heb gevonden roept nog veel vragen op. Zo zou ik graag willen weten wat daar precies over het communistische verzet is besproken en of er daar zelfs informatie over mogelijk te verwachten “communistische acties” is uitgewisseld.

(984 x bekeken)

Geplaatst in Nieuws
6 reacties op “Vraaggesprek met Bas von Benda-Beckmann
  1. Langendijk, Hermanna schreef:

    Geachte heer, Gisteren hoorde ik op de TV over de Velser Affaire. Er werd vermeld, dat Hanny Schat in 1946 werd herbegraven. Kunt U mij vertellen, wat er op 22 november 1945 gebeurde in de Sint Bavo op de Grote Markt te Haarlem ? Zover ik weet, was er toen een herdenking voor Hanny Schaft, die opgebaard zou zijn in de Bavo, waar ook koningin Wilhelmina bij aanwezig was. Ik heb de koningin zelf die dag door de Grote Houtstraat in Haarlem zien gaan. Ik ben niet in de Bavo geweest die dag, maar ik heb wel altijd gedacht, dat Hanny Schaft, die dag ook werd herbegraven. Zoudt U mij daar uitsluitsel over kunnen geven ?
    Bij voorbaat dank. Hermanna Langendijk. Den Haag

    • Bas von Benda-Beckmann schreef:

      De herbegrafenis van Hannie Schaft vond inderdaad plaats op die 27 november 1945 en niet in 1946
      Een vergissing in het programma dus.

  2. truus van sloten schreef:

    Zoveel pijn is geleden door de nabestaanden en het is nog lang niet over. Hopelijk draagt dit boek iets bij aan het begrip en de verwerking… Ik ben zelf blij dat ik eindelijk diegene waar het mij om ging een hand en een kus heb mogen geven. En ZIJ weet waarom.

    • Bas von Benda-Beckmann schreef:

      Beste Truus,
      Fijn dat je erbij was en bedankt voor je reactie. Ik heb je hierover ook nog een mail gestuurd.

      Hartelijke groet,
      Bas

  3. jan van bergem schreef:

    Mh ik heb de hele beschieting, meegemaakt bij de brug Jan Gijzenkade waar een duitse militair werd gedood en één gewond, in de rug en rechterduim kwijt.Het was een truc opel-blits met een zeil waar uit geschoten werd bij het naderen van de brug het was ongeveer 20 uur.Ik was met mijn broer,en wij doken achter een spaanse ruiter die stonden op de brug als versperring
    Toen de auto voorbij was,(hij kwam van richting santpoort) riep een duitser om hulp,ik moest de politie roepen maar ik had daar ff geen behoefte aan om dat ik zelf uit de arbeidsdienst gerost was en ondergedoken zat,dus geen papieren of legitimatie had wij hebben de fiets gepakt, en richting Oostzaan gereden en door naar Heerhugowaard daar zat ik ondergedoken bij Jan Smit, een kleine bakkerij op de middelweg
    Mijn moeder en zusje hebben het fusileren van de 8 mannen mee moeten maken, ze werden gedwongen om te kijken daarna werden de lichamen in een truck gesmeten. Dat er fietsmateriaal in de overval auto lag is mij niet bekend, wel zei men dat het om wapens ging van uit IJmuiden. ik was toen 18 jaar nu 87 heb de hele zooi mee gemaakt.Ik groet U

  4. Mijn vader was Willem Jacob Gorter en hoofdcommissaris van politie in Haarlem, die met twee rechercheurs het onderzoek van de Velzer Affaire leidde. Mijn vader was zelf in het verzet en heeft ALLES verloren wat hij had. Mijn vader heeft een knak gekregen door de “Velzer affaire” omdat hij bewijzen kon dat gedurende de Tweede Wereldoorlog vele communisten in het verzet werden verraden door Nederlanders, die later in de regering na de oorlog een belangrijke positie bekleedden. Mijn vader en twee rechercheurs werd terug gefloten en de hele zaak werd in de doofpot gedaan. Het werd hem door de toenmalige minister van justitie bevolen of hij moest voor zijn hagje (en zijn familie) bangen…. er is ook een maal vanaf de straat door een scherpshutter op hem thuis door het raam van de woonkamer geschoten: hij werd gewoond aan zijn hoofd maar de kogel miste hem omdat hij juist naar de asbak rijkte (hij rookte een pijp).

    Een van de twee rechercheurs Van Sintmaartensdijk heeft toch dingen aan de pers laten uitlekken (de Telegraaf) en kreeg 8 jaar gevangenis straf. Hij werd na 4 jaar (?) vrijgelaten onder de voorwaarde dat hij nog dezelfde dag naar Nieuw Zeeland zou emigreren….. en nooit meer zou spreken… op kosten van de Nederlandse regering is hij met zijn familie geimmigreerd en het ministerie van justitie heeft alles voorberijd…. hij werd in een grote auto vanaf de achterdeur van de gevangenis afgehaald en naar Schiphol gebracht…. met stille trom. Je ziu denken, dat dat alleen in landen als Pakistan zou kunnen gebeuren… en de rol van Prins Bernhardt was ook heel dubieus!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*